|
Op 8 augustus 1950 arriveerde in Nederland een delegatie van
Molukse ex-KNIL-militairen. Deze had tot doel om bij de Nederlandse
regering
de belangen van hun achterban op Java te behartigen. Er was
op dat moment namelijk nog geen overeenstemming over de demobilisatie
van de Molukse
ex-KNIL-militairen uit Nederlandse militaire dienst.
De delegatie stond onder leiding van:
- sergeant-majoor F.A. Aponno
en bestond verder uit:
- dominee A.Z. Sahetapy
- sergeant-majoor J. Kapel
- sergeant J. Siauta
- korporaal Ch.P. Tauran.
De groep kreeg met name bekendheid, toen zij er in 1951 in slaagde
van de Nederlandse rechter de uitspraak te verkrijgen dat de Nederlandse
Staat de Molukse militairen op Java niet tegen hun zin mocht achterlaten
in het land van de voormalige vijand.
De
delegatie-Aponno met RMS-leiders in Nederland. De leden van
de delegatie zijn in uniform. (Foto: MuMa)
Van links naar rechts dominee A.Z. Sahetapy, sergeant-majoor
J. Kapel, sergeant-majoor F.A. Aponno, korporaal Ch.P. Tauran
en sergeant J. Siauta; op de voorgrond van links naar rechts
RMS-vertegenwoordiger in Nederland E.A. Kayadoe, RMS-minister
P.W. Lokollo en de
algemeen
vertegenwoordiger dokter J.P. Nikijuluw.
Literatuur
W. Manuhutu & H. Smeets, Tijdelijk verblijf. De opvang van
Molukkers in Nederland, 1951, Amsterdam 1991.
|