e-mail  
help  
verantwoording  
colofon  
 
home  
inleiding  
uitgebreid zoeken  
achtergrondinformatie  
  titel: De Aankomst: Molukkers naar Nederland
 
       
  Historisch kader  
  Tijdelijk naar Nederland  
  De boten  
  Huidig onderwerp Andere groepen  
 

Studenten en intellectuelen
Delegatie Aponno
Veiliggestelde militairen
Koninklijke Marine
Polisi Negara
Voormalige APRA-militairen
RMS-missies
Verstekelingen
Nieuw-Guinea

 
     

1951-'52: voormalige APRA-militairen

Na de overdracht van de soevereiniteit aan IndonesiŽ in 1949 bleef het nog lang onrustig op Java en andere eilanden in de archipel. Het streven van de centrale regering naar een eenheidsstaat leidde hier en daar tot verzet. Ook was er sprake van communistische en religieuze (islamitische) opstanden.

Allerlei legertjes bedreigden de eenheid van het land. Zo vormde oud-kapitein R. Westerling op Midden-Java een privť-legertje van 400 man, de APRA. De afkorting staat voor Angketan Perang Ratu Adil: Legioen van de Rechtvaardige Vorst.

Westerling wilde voorkomen dat de deelstaat Pasundan op Midden-Java werd opgeheven. Hiertoe wilde hij met zijn APRA, gesteund door deelstaattroepen, de centrale regering uitschakelen en de steden Jakarta en Bandung aanvallen.

Eerste luitenant KNIL ML P.E.D. Titaley. (Foto: MuMa)

Bij de APRA van Westerling zaten 125 militairen die waren gedeserteerd uit het Nederlandse regiment Speciale Troepen. Daar was Westerling commandant geweest. Onder die deserteurs bevond zich ook een aantal Molukkers. De contactpersoon tussen Westerling en zijn troepen was ook een Molukker: eerste luitenant KNIL ML P.E.D. Titaley.

Westerlings coup, op 23 januari 1950, mislukte. Zelf wist hij naar Europa te ontkomen. Maar veel van zijn soldaten werden opgepakt. De meeste APRA-militairen kwamen in handen van de nog op Java achtergebleven Nederlandse troepen. De Nederlandse militaire autoriteiten besloten de soldaten zelf te berechten, als deserteurs. Zo bleven zij uit handen van IndonesiŽ. Ze werden gedetineerd op het eilandje Onrust.

GeÔnterneerde APRA-militairen op het eiland Onrust. (Foto: MuMa)
Zittend van links naar rechts sergeant J. Leihitu, korporaal Tetelepta en korporaal E. Sahuleka; erachter van links naar rechts sergeant J. Ferdinandus, sergeant Titarsole, eerste luitenant KNIL ML P.E.D. Titaley, legerdominee A.P. Hattu en sergeant P. Sinay.

Een Nederlandse krijgsraad veroordeelde de APRA-militairen tot gevangenisstraffen variŽrend van zes tot twaalf maanden. Titaley kreeg een straf van een jaar en acht maanden. Allen werden overgebracht naar Nederlands Nieuw-Guinea om daar hun straf uit te zitten.

Na afloop van hun gevangenschap (1951-'52) gingen veel voormalige APRA-militairen vanuit Nieuw-Guinea direct naar Nederland. Ze werden hier uit militaire dienst ontslagen en kwamen in eerste instantie terecht in het Molukse opvangkamp Klein Baal in Bemmel.

De opstandige deelstaattroepen, plus acht APRA-mensen die al in handen van het Indonesische leger waren, verging het slechter. Hen wachtte in IndonesiŽ een jarenlange opsluiting.

Nog een andere groep Molukse RST-ers kwam naar Nederland, al in 1950. Zij kwamen samen met andere leden van het Regiment Speciale Troepen hierheen met het motorschip Georgic. Zij werden tijdelijk opgevangen in het kamp Prinsenbosch bij Chaam. Een aantal van deze militairen – óók Molukkers – bleven in het leger en gingen over naar het Korps Commandotroepen in Roosendaal.

Literatuur

J.A. de Moor, Westerling's oorlog. IndonesiŽ 1945-1950, z.p. 1999

   
     
vorige paragraaf volgende paragraaf    
 
  Naar boven © 2004 Nationaal Archief en Museum Maluku   Disclaimer   Privacy