|
Op 21 februari 1951 vertrok de Kota Inten vanuit Surabaya als eerste van de twaalf Molukse transporten richting Nederland.
Het schip stond onder leiding van kapitein Jibben. Troepencommandant aan boord was kolonel Detiger. Hen wachtte na vertrek een onaangename verrassing. Aan boord bleken 67 Molukse verstekelingen te zijn.
Troepencommandant luitenant-kolonel W.E.C. Detiger inspecteert de manschappen voor de inscheping op de Kota Inten. Onder hen zijn verstekelingen! Van links naar rechts verstekeling J.W. Soulissa, korporaal N.C. Patty, soldaat eerste klas D. Sijaranamual, verstekeling W. Putuhena en verstekeling P. Hattu. (Foto: Collectie J. Sahertian.)
De verstekelingen waren voornamelijk leden van de Polisi Negara. Dat was de
staatspolitie van de inmiddels opgeheven deelstaat Oost-Indonesië, waartoe
ook de Molukken behoorden. Zij waren door de Nederlandse luitenant Veltman
aan boord gesmokkeld.
De Molukse politiemensen waren betrokken geweest bij pogingen om de deelstaat Oost-Indonesië los te maken van Indonesië (de 'Aziz-affaire'). Zij hadden daarom gevaar te duchten van de Indonesische regering. Luitenant Veltman had de mannen vanuit Makassar in veiligheid gebracht. Hij had ze op Java ondergebracht bij de Molukse militairen, die daar inmiddels in vijf kampen geconcentreerd waren.
Toen de Molukse militairen op transport werden gesteld naar Nederland, zou voor de politiemensen als achterblijvers op Java opnieuw gevaar dreigen. Vandaar dat Veltman hen aan boord smokkelde van de Kota Inten. Daarvoor had hij de medewerking gekregen van sergeant-majoor T. Smit, administrateur van het eerste Molukse transport.
Op de Kota Inten liet Veltman de verstekelingen, als was er niets aan de hand, als 'scheepspolitie' rondjes patrouilleren; het waren immers agenten! Wonderlijk was dat de mannen die taak van scheepspolitie ook officieel uitoefenden, nadat hun verstekelingenstatus was uitgekomen.
Eenmaal in Nederland slaagde Veltman erin om de meeste ex-politiemensen bijeen te brengen in één woonoord, kamp Q te Slikkerveer. Daar wist hij ook werk voor hen te vinden.
Verstekelingen fungeerden als scheepspolitie op de Kota
Inten; in het midden sergeant-majoor T. Smit (met baret). (Foto: MuMa)
Literatuur
J. Sahertian, Vertrapt, vernederd, maar… niet gebroken, Ridderkerk
1995.
H. Smeets, 'De reis met de Kota Inten', in: Marinjo, februari 2001,
p.11 t/m 13.
|