|
Nog voordat in 1951 Molukse militairen met hun gezinnen massaal werden
overgebracht, werd een lijst opgesteld van 52 militairen die om veiligheidsredenen
naar Nederland zouden worden 'opgezonden'.
Onder hen bevonden zich naar schatting 33 Molukkers. Ze hadden gewerkt
bij de militaire inlichtingendienst of ander inlichtingenwerk gedaan.
En de vrees bestond dat deze militairen extra gevaar te duchten zouden
hebben van Indonesië.
De Nelly. (Foto: MuMa)
Vier van hen werden met hun gezinnen ingedeeld bij een troepentransport
van Nederlandse militairen, die met de boot Nelly werden gerepatrieerd.
Het waren vier onderofficieren:
- sergeant-majoor J. Hitipeuw (codenaam: majoor Hendriks).
- sergeant-majoor D. Lilipaly (codenaam : majoor Leonard).
- sergeant-majoor J.B. Parinussa (codenaam: majoor Pieters).
- sergeant H.O. Pesireron.
Sergeant-majoor
J. Hitipeuw. (Foto: MuMa)
Sergeant-majoor D. Lilipaly. (Foto: MuMa)
Sergeant-majoor J.B. Parinussa. (Foto: MuMa)
Ook bij een Nederlands troepentransport met de boot Volendam werd een
aantal 'veiliggestelden' met hun gezinnen naar Nederland overgebracht.
Een enkeling kwam verder met de Ranchi en de Ormonde.
De rest verbleef nog in Indonesië toen in 1951 de serie grote transporten
van Molukkers begon. Zij werden niet meer apart vervoerd, maar met die
transporten meegestuurd.
|